Gesprek met overleden mens of dier

Als je graag wilt dat ik vraag om een contact met een overleden persoon, dan ga ik altijd eerst vragen of dit de bedoeling is. Contact met overledenen is geen spelletje. Meestal mag het wel, soms ook niet, en daar doen we het dan mee.

Er zijn geen regels voor, om te zeggen wanneer het wel of niet zou mogen. Ook is het niet zo, dat sec de termijn na overlijden die er overheen is gegaan, het enige is wat bepaalt of een contact er mag zijn. Ik weet bijvoorbeeld, dat er een klein meisje is aan wie ik pas over anderhalf jaar mag vragen of zij iets zou willen vertellen. Een ander voorbeeld is een moeder die nog geen twee weken overleden was en ons hele verhalen kwam vertellen en dat was zo mooi. Voor haar was het gesprek met haar dochter een stap in het bewustzijnsproces na haar overlijden, het hoorde er gewoon bij.

De enige “regel” is, te volgen wat er in liefde aan mogelijkheden wordt aangereikt. Daarbij is het ook volkomen logisch om eerst te vragen of de persoon in kwestie wel zin heeft in een gesprek. Want overledenen zijn net als wij gewone mensen ook al hebben zij geen stoffelijke jas aan. En hebben net als wij hier op aarde zowel hun eigen ding te doen als momenten waarop ze contact zoeken, contact prettig of waardevol vinden. Levende mensen trek je immers ook niet van de straat. En soms is er gewoon niks te bespreken ook al willen wij aardse mensen dat juist wel. Of is er juist zoveel moois te delen wat je totaal niet verwacht had. Ik heb daar niks in te sturen (en gelukkig maar).

Vaak loopt een setting zo, dat er meerdere overleden mensen of dieren graag bij ons willen zijn. Dat kan, en dat doen we dan gewoon. Wie er dan komt, dat weet je niet van te voren. Doorgaans wel diegene waar je om vraagt, maar soms ook iemand anders. De ene persoon kan er de hele afspraak bij zijn, de andere vliegt even in en uit en vertelt een klein stukje. Mijn rol is dan zo’n soort over-en-weer-tolk, dat gaat eigenlijk heel simpel en natuurlijk, en het is boeiend en ontroerend werk om te doen.


Wat mij roert, is zo te voelen dat dood niet dood is. Dat weg niet weg is, en er vaak nog zoveel gedeeld mag worden. Woorden waar in het stoffelijke leven geen tijd voor was, woorden die men niet heeft kunnen of durven zeggen, of waarbij de omstandigheden contact onmogelijk maakte. In dit werk heb ik altijd een gevoel van ontroering, en juist gesprekken met overledenen, gewoon zo samen aan tafel, voel ik van tjee…  we zijn echt samen…  de mens is meer samen dan dat-ie ooit zou kunnen denken.